Nieuws over vrijwilligerswerk

Is dat nog wel vrijwilligerswerk?

Tijdens zijn vorige interview voor de Galant nieuwsbrief ontmoette Michael Bögels een dame die hem aan het denken zette. Wie bepaalt wat vrijwilligerswerk is?

Voor deze nieuwsbrief voer ik al jaren gesprekken met vrijwilligers en ik probeer ze zo eerlijk mogelijk in een kort artikel te portretteren. Een foto van de vrijwilliger, het liefst in de werkomgeving, maakt het compleet. Het is mooi werk: ik ontmoet mensen die bereid zijn om iets te doen voor hun medemens, die trots zijn op de organisatie waarvoor ze werken en die het mooi vinden om daarover met mij te praten.

Ik kan niet anders dan positief schrijven over al die vrijwilligers die ik gesproken heb. Dat vind ik niet gek, ik kom alleen maar positief ingestelde vrijwilligers tegen. Dat er over vrijwilligerswerk in het algemeen wel eens kritische noten gekraakt worden is ook te begrijpen. Vrijwilligerswerk is een fenomeen waarmee alleen al in Den Bosch duizenden mensen te maken hebben en dat zich vertakt tot in alle hoeken van de samenleving. En het blijft mensenwerk.

Natuurlijk hoor ik ook wel kritische opmerkingen van de vrijwilligers met wie ik praat. Dat hoort ook bij hun betrokkenheid. En het hoort ook bij de aard van het vrijwilligerswerk dat vrijwilligers met hun werk stoppen als het helemaal niet bevalt. Zo kom ik langzamerhand terecht bij waar ik het eigenlijk over wilde hebben, mijn ontmoeting met een mij onbekende vrouw die ongevraagd ging deelnemen aan een gesprek dat ik had met een vrijwilliger.

Zij vertelde dat zij de moeder was van een zeer ernstig gehandicapte zoon die dag en nacht verzorging nodig had. Hoewel haar zoon in een woonvoorziening opgenomen was, was zij toch heel veel tijd bij hem. Het werd uit haar verhaal duidelijk dat zij een sterke vrouw was die hard vocht voor zijn welzijn.

Haar zoon werd dag en nacht verzorgd en zij bracht vele uren met hem door. Daarnaast werd er ook een vrijwilliger gevonden die zich om haar zoon bekommerde, die hem regelmatig gezelschap hield en met hem ging wandelen. Zij was daarover heel duidelijk. Zij vond het moeilijk werk voor een vrijwilliger, omdat haar zoon door zijn ernstige handicap niet in staat was te reageren. Ze zei dat het voor een vrijwilliger die met iemand in een rolstoel ging wandelen, al genoeg was als er een glimlach of een klein gebaar kwam als waardering voor de wandeling. Zelfs zo’n blijk van waardering kon haar zoon niet geven.

Toen zei ze dat ze er grote moeite mee had om iemand te vragen om als vrijwilliger met haar zoon om te gaan. Het was heel erg moeilijk om dat werk te doen, juist omdat de vrijwilliger helemaal geen contact kreeg met haar zoon. En omdat het werk ondankbaar was, kon de vrijwilliger maar heel moeilijk vervanging krijgen als hij een keer op vakantie wilde of gewoon een keer niet kon. De vrijwilliger had de neiging om dan maar niet op vakantie te gaan of om dan maar geen vrije dag te nemen. Haar vraag: “Is dat dan nog wel vrijwilligerswerk?”

Na deze interruptie ging ik verder met het gesprek met de vrijwilliger die ik aan het interviewen was. Maar ik bleef wel met de vraag zitten…..