Nieuws over vrijwilligerswerk

Discriminatie in vrijwillige hulpverlening

Een vrijwilliger die aangeeft liever niet te willen werken met bepaalde mensen vanwege iemands etniciteit, religie of seksuele voorkeur. Of een klant die een vrijwilliger weigert op die gronden. Heb jij dit vanuit jouw (vrijwilligers)organisatie meegemaakt? Deel je ervaring met KIS via de enquête.

Het Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS) onderzoekt hoe vrijwilligersorganisaties omgaan met morele dilemma’s op het gebied van diversiteit. Over het algemeen matchen deze organisaties de vrijwilligers en hulpvragers heel zorgvuldig. Toch kan het soms misgaan doordat wederzijdse vooroordelen de relatie verstoren. Het gaat hierbij vooral om één op één contact, bijvoorbeeld in de vorm van buddy’s, maatjes en informele zorg.

Een vrijwillige ‘buddy’ ter ondersteuning van mensen in een kwetsbare positie vormt in veel projecten in zorg en welzijn een centraal onderdeel. Denk aan een schuldhulp- of taalmaatje, of respijtzorg waarin vrijwilligers mantelzorgers ontlasten. Hierdoor komen bepaalde vraagstukken vaker naar boven, zoals het omgaan met vooroordelen van vrijwilligers en hulpvragers. Voor maatschappelijke (vrijwilligers)organisaties is dit soms een moeilijk dilemma. Wat doe je als een klant aangeeft geen buddy met een vluchtelingenachtergrond over de vloer te willen? Of als een vrijwilliger geen maatje wil worden van een homoseksuele client?

Een belangrijk verschil met sociaal professionals is dat het hier gaat om vrijwilligers: mensen die niet altijd getraind zijn om met dit soort situaties om te gaan én die geen contractuele verplichting zijn aangegaan met een organisatie. Over hoe vaak en welke morele dilemma’s voorkomen en hoe hier in de praktijk op gehandeld wordt, is tot nu toe geen actuele kennis bekend. KIS roept daarom (vrijwilligers)organisaties op hun ervaringen te delen in een online enquête. De resultaten worden gebundeld in een publicatie, waarin een aantal morele dilemma’s wordt geschetst met daarbij concrete tips uit de praktijk. De publicatie verschijnt eind 2019.